Reglement

Voor begraafplaats Orthen geldt het volgende reglement:

pdf Reglement begraafplaats Orthen
artikel 1 - Bestuur
Het bestuur en het beheer van de begraafplaatsen "Orthen" en "Ketsheuvel", respectievelijk gelegen aan de Herven 1 en Ketsheuvel 26 te Orthen in de gemeente 's-Hertogenbosch, berusten bij de Stichting SOLAMEN, gevestigd te 's-Hertogenbosch. Het bestuur van de Stichting (hierna te noemen: het bestuur) is gehouden aan de bepalingen van de Stichtingsakte zoals laatstelijk gewijzigd bij akte d.d. 12 november 2009 en -ter zake van het beheer van de begraafplaatsen- bovendien aan de navolgende bepalingen. Alle in dit reglement genoemde rechthebbenden, belanghebbenden en bezoekers zijn aan dit reglement gebonden.
artikel 2 - Beheerder
a) Het bestuur benoemt een beheerder. De beheerder is binnen het door het bestuur vastgestelde kader belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaatsen.

b) De beheerder is bevoegd om namens het bestuur:
1. opdrachten te verlenen die het beheer van de begraafplaatsen betreffen;
2. grafrechten te verlenen dan wel te laten vervallen;
3. rechten tot gebruik van een urnenplaats in columbaria te verlenen dan wel te laten vervallen;
4. rechten tot het bijzetten van asbussen in of op een graf te verlenen dan wel te laten vervallen;
5. aanwijzingen aan bezoekers te geven over de wijze waarop zij zich dienen te gedragen op de begraafplaats
artikel 3 - Indeling van de begraafplaatsen
a) De begraafplaats "Orthen" is ingedeeld in een Katholiek gedeelte, een Protestants gedeelte en een Algemeen gedeelte, welke gedeelten nader zijn onderverdeeld in akkers en vakken. Voorts is er een mogelijkheid tot het plaatsen van urnen (hierna ook te noemen asbussen) in de columbaria op de begraafplaats "Orthen".

b) Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaatsen, de bestemming van de akkers en het onderscheid in graven alsmede de volgorde van uitgifte van urnenplaatsen in de columbaria vast te stellen en te wijzigen.
artikel 4 - Uitgeven van graven
a) De graven worden in de door de beheerder te bepalen volgorde, die door het bestuur is vastgesteld, uitgegeven. Het is ook mogelijk een graflocatie uit te kiezen of een reservering te doen.

b) Er zijn op de begraafplaatsen twee typen graven:
1. “particuliere graven” (voorheen ook genoemd "eigen graven"): graven waarop een uitsluitend recht ex artikel 23, tweede lid en artikel 28, eerste lid, Wet op de lijkbezorging (hierna ook te noemen: Wlb) is verleend;
2. alle andere graven, genoemd "algemene graven", zoals bedoeld in artikel 23, tweede lid Wlb.

c) (particulier graf)
1. Het bestuur kan aan een persoon, ter beoordeling van het bestuur, schriftelijk een uitsluitend recht verlenen om voor een bepaalde tijd van 20, 30 of 40 jaren gebruik te maken van een bepaalde grafruimte, bestemd voor een of meerdere lijken en/of asbussen. De grafruimte die uitsluitend voor het begraven en bijzetten van asbussen bestemd is, wordt ook aangeduid als urnengraf.
2. De persoon aan wie dit recht is verleend, wordt in dit reglement genoemd: rechthebbende. De grafruimte waarop dit recht is verleend wordt in dit reglement aangeduid als particulier graf. Aan de rechthebbende wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 28, eerste lid Wlb een grafakte verstrekt met een afschrift van het onderhavige reglement en de hierna in artikel 14 sub a) genoemde Voorschriften. Het uitsluitend recht op een graf is geen registergoed.
3. Als rechthebbende kan optreden:
- een meerderjarig natuurlijk persoon of
- een rechtspersoon;
beide dienen met vermelding van het adres aan het bestuur kenbaar gemaakt te zijn.
4. Adreswijzigingen van rechthebbenden dienen aan het bestuur te worden gemeld.
5. De rechthebbende op een particulier graf bepaalt wie daarin gedurende de looptijd van het recht begraven wordt. De rechthebbende is voorts degene die overeenkomstig artikel 62, derde lid Wlb toestemming moet geven voor bijzetting van een asbus in het particuliere graf waarvan hij de rechthebbende is. Het in dit artikellid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de rechthebbende op een urnengraf.
6. Particuliere graven worden onderscheiden in: familiegraf, enkel graf, dubbel graf, urnengraf, grafkelder en kindergraf.
7. Verlenging van een uitsluitend recht heeft plaats op de wijze zoals hierna aangegeven in artikel 6.

d) (algemeen graf)
1. Het bestuur kan aan een persoon, ter beoordeling van het bestuur, schriftelijk, anders dan op de voet van het bepaalde in artikel 28, eerste lid, Wlb, het recht verlenen mede gebruik te maken van een bepaalde, voor meer dan één lijk bestemde grafruimte. Deze persoon wordt in dit reglement genoemd: belanghebbende. Dit algemene graf is bestemd voor het begraven van doodgeborenen. Op dit graf worden toegelaten graftekens overeenkomstig het bepaalde in art. 3 sub f) van de Voorschriften. Een algemeen graf wordt uitgegeven onder de voorwaarden in dit reglement gesteld, of door het bestuur later te stellen, met name onder de voorwaarde dat betaling ex artikel 19 van dit reglement geschiedt.
2. Een algemeen graf wordt uitgegeven voor een termijn van 10 jaren. Na ommekomst van genoemde termijn eindigt het recht op gebruik c.q. medegebruik van een algemeen graf. De termijn van 10 jaren kan niet op verzoek van de belanghebbende worden verlengd.
3. Als belanghebbende kan optreden:
- een meerderjarig natuurlijk persoon of
- een rechtspersoon;
beide dienen met vermelding van adres aan het bestuur kenbaar te zijn gemaakt.
4. Adreswijzigingen van belanghebbenden dienen aan het bestuur te worden gemeld;

e) (overdragen van grafrechten)
Een rechthebbende en een belanghebbende kunnen hun rechten aan een ander overdragen, mits de overdracht schriftelijk geschiedt en een afschrift van deze overdracht met vermelding van het adres van de rechtsopvolger door de rechthebbende of belanghebbende aan het bestuur wordt toegezonden. Op de in de vorige volzin bedoelde „ander‟ is het bepaalde in artikel 4 sub c) respectievelijk artikel 4 sub d) van dit reglement van overeenkomstige toepassing. Deze „ander‟ is aan dit reglement gebonden en wordt overeenkomstig het hierna in artikel 14 sub a) als eigenaar beschouwd van de graftekens en/of –grafbeplanting die zich op het graf bevindt.

f) (opvolging van recht- c.q. belanghebbende)
Na het overlijden van de (natuurlijke) persoon die optreedt als rechthebbende of belanghebbende, dan wel na het ophouden te bestaan van de rechtspersoon die als zodanig fungeert, moeten de rechtverkrijgenden één persoon aanwijzen die als rechthebbende c.q. als belanghebbende zal optreden. Deze persoon moet met vermelding van zijn adres aan het bestuur schriftelijk bekend worden gemaakt binnen een jaar na bedoeld overlijden/ophouden te bestaan. Deze persoon is aan dit reglement gebonden en wordt overeenkomstig het hierna in artikel 14 sub a) bepaalde als eigenaar beschouwd van de graftekens en/of –grafbeplanting die zich op het graf bevindt.
artikel 5 - Uitgeven van urnenplaatsen in columbaria
a) Urnenplaatsen worden in een door de beheerder te bepalen volgorde, die door het bestuur is vastgesteld, uitgegeven. Het is niet mogelijk een bepaalde plaats te reserveren, behoudens een tweede ruimte in de urnenzuilen en dit laatste slechts na schriftelijke instemming van het bestuur en onder voldoening van het verschuldigde bedrag voor het recht tot gebruik van die plaats voor de overeengekomen periode.

b) Het bestuur kan aan één persoon, ter beoordeling van het bestuur, schriftelijk een uitsluitend recht tot gebruik van een urnenplaats verlenen voor een periode van 5 jaren of een veelvoud daarvan tot een maximum van 20 jaren. De persoon aan wie het recht tot gebruik is verleend, wordt hierna genoemd: belanghebbende. Aan de belanghebbende wordt een urnenakte verstrekt met een afschrift van het onderhavige reglement en de hierna in artikel 14 sub a) genoemde Voorschriften. Alleen de belanghebbende bepaalt wiens asbus in de urnenplaats geplaatst mag worden.

c) Als belanghebbende kan optreden:
- een meerderjarig natuurlijk persoon of
- een rechtspersoon;
beide dienen met vermelding van het adres aan het bestuur kenbaar te zijn gemaakt.

d) Adreswijzigingen van belanghebbenden dienen aan het bestuur te worden gemeld.

e) (overdracht van het recht) De belanghebbende kan het recht overdragen aan een ander, mits deze „ander‟ voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 sub c) en mits de overdracht schriftelijk geschiedt en een afschrift van deze overdracht met vermelding van het adres van de rechtsopvolger door de belanghebbende aan het bestuur wordt toegezonden. Deze „ander‟ is aan dit reglement gebonden.

f) (opvolging van belanghebbende) Na het overlijden van een belanghebbende natuurlijk persoon, dan wel na het ophouden te bestaan van een belanghebbende rechtspersoon, moeten de rechtverkrijgenden één persoon aanwijzen die als belanghebbende zal optreden. Deze persoon moet met vermelding van adres aan het bestuur schriftelijk bekend worden gemaakt binnen een jaar na bedoeld overlijden c.q. ophouden te bestaan. Deze persoon is aan dit reglement gebonden.
artikel 6 - Verlenging van het uitsluitend recht op een graf en bijzetting
a) Het voor bepaalde tijd verleende, uitsluitend recht op een graf wordt op schriftelijk verzoek van de rechthebbende, mits gedaan binnen twee jaren vóór het verstrijken van de termijn, verlengd met een termijn van telkens 10 jaar, dan wel, indien de rechthebbende daarvoor uitdrukkelijk kiest een termijn van 5 of 20 jaar. Binnen een jaar na aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht, doet de beheerder van de begraafplaats aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijn.

b) Wanneer in een particulier graf, bestemd tot het begraven van meerdere lijken, dan wel een urnengraf een bijzetting plaats heeft binnen 10 jaren na het verlenen van het grafrecht, wordt de suppletie, zoals genoemd in de tarievenlijst, niet in rekening gebracht.

c) Wanneer in een particulier graf, bestemd tot het begraven van meerdere lijken, een bijzetting plaats heeft meer dan 10 jaren na het verlenen van het grafrecht, wordt dit grafrecht met zoveel jaren verlengd dat de wettelijk voorgeschreven grafrusttermijn van 10 jaren voor de laatst begravene in acht wordt genomen. Wanneer in een urnengraf een bijzetting plaats heeft meer dan 10 jaren na het verlenen van het grafrecht, wordt dit grafrecht met zoveel jaren verlengd dat een termijn van 10 jaren voor de laatst bijgezette asbus in acht wordt genomen. Op verzoek van de rechthebbende kunnen de in de vorige twee volzinnen genoemde termijnen ook worden verlengd met 5 jaar (tenzij daarmee de hiervoor bedoelde grafrust termijn niet in acht genomen zou worden), 10 jaar of 20 jaar.

d) De verlengingen in dit artikel bedoeld, brengen kosten met zich mee overeenkomstig het door het Bestuur krachtens artikel 19 van dit reglement vastgestelde tarief.
artikel 7 - Verlenging van het recht van gebruik van een urnenplaats in columbaria en bijzetting
a) Het recht tot gebruik wordt op schriftelijk verzoek van de belanghebbende, mits gedaan binnen 1 jaar voor het verstrijken van de termijn van het recht, verlengd voor een termijn van 5 jaren of een veelvoud daarvan tot een maximum van 20 jaren. De beheerder van de begraafplaats deelt binnen 1 jaar voor het verstrijken van de termijn van het recht aan de belanghebbende schriftelijk mee dat de termijn verstrijkt en op welke wijze en onder welke condities tot verlenging van het recht kan worden gekomen. De verlenging in dit artikellid bedoeld, brengt kosten met zich mee overeenkomstig het door het Bestuur krachtens artikel 19 van dit reglement vastgestelde tarief.

b) Voor zover een urnenplaats bestemd kan worden voor het plaatsen van twee asbussen, worden in geval van bijzetting van een asbus kosten in rekening gebracht overeenkomstig het door het Bestuur krachtens artikel 19 van dit reglement vastgestelde tarief.
artikel 8 - Einde van het uitsluitend recht op een graf
a) In geval van niet-verlenging c.q. niet tijdige verlenging eindigt het uitsluitend recht op een graf door afloop van de gestelde termijn.

b) In geval verlenging van een grafrecht is overeengekomen, doch de betaling voor die verlenging niet binnen een jaar na aanvang van de verlenging overeenkomstig artikel 19 is geschied, is het grafrecht vervallen.

c) Indien onherroepelijk is besloten tot sluiting dan wel gesloten verklaring van (een gedeelte van) de begraafplaats, vervalt het grafrecht voor zover dit inhoudt het recht op bijzetting.

d) Indien toepassing is gegeven aan artikel 14, sub c), van dit reglement, en niet alsnog in het onderhoud wordt voorzien, vervalt in ieder geval na 30 jaren nadat in een graf de laatste begraving heeft plaatsgevonden, het grafrecht. De op grond van artikel 14, sub c), van het reglement aangeplakte verklaring en mededeling worden eerst verwijderd indien in het onderhoud wordt voorzien of het uitsluitend recht op het graf is vervallen.
artikel 9 - Einde van het recht tot gebruik van een urnenplaats in columbaria
a) Het recht tot gebruik vervalt:
1. na afloop van de termijn;
2. indien niet binnen 3 maanden na ingang van de termijn zoals genoemd in art. 5 sub b) en art. 7 sub a) de verschuldigde vergoeding is voldaan;
3. indien een belanghebbende, na een herhaalde schriftelijke mededeling van het bestuur, blijft handelen in strijd met de voorschriften als bedoeld in artikel 15 sub a) van dit reglement.

b) Van het vervallen van het recht tot gebruik als bedoeld in het voorgaande lid sub a) onder 2. en 3. wordt een belanghebbende schriftelijk in kennis gesteld door het bestuur onder mededeling van de datum van ingang van het vervallen van het recht. Daarbij wordt voorts aan de belanghebbende verzocht de asbus(sen) binnen een termijn van 3 maanden na de datum van het vervallen van het recht in overleg met de beheerder van de begraafplaats te laten verwijderen. Indien hieraan geen gehoor wordt gegeven zal de verwijdering van de asbus(sen) door de beheerder geschieden en worden de kosten in rekening gebracht volgens geldend tarief.
artikel 10 - Onderscheid particuliere graven
a) Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik respectievelijk het medegebruik van:
1. een familiegraf in een vak waarop toegelaten worden graftekens overeenkomstig het bepaalde in art. 3 sub a) van de in artikel 14 sub a) genoemde “Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplanting”, hierna ook te noemen de Voorschriften;
2. een enkel of dubbel graf in een vak waarop toegelaten worden graftekens overeenkomstig het bepaalde in art. 3 sub b) van de Voorschriften;
3. een enkel graf, een dubbel graf of een grafkelder in een vak waarop toegelaten worden graftekens overeenkomstig het bepaalde in art. 3 sub c) van de Voorschriften;
4. een kindergraf in een vak waarop toegelaten worden graftekens overeenkomstig het bepaalde in art. 3 sub d) van de Voorschriften;
5. een enkel of dubbel graf in een vak waarop toegelaten worden graftekens overeenkomstig het bepaalde in art. 3 sub e) van de Voorschriften;
6. een urnengraf op het urnenveld waarop toegelaten worden graftekens overeenkomstig het bepaalde in art. 3 sub g) van de Voorschriften.

b) Een familiegraf is bestemd voor het begraven van twee lijken met eventueel maximaal 2 asbussen, of vier lijken, in het laatste geval met eventueel maximaal vier asbussen. Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan de personen aanwijzen, die na overlijden in een familiegraf mogen worden begraven dan wel wiens asbus mogen worden bijgezet.

c) In een enkel graf mag geen bijzetting plaatsvinden, behoudens bijzetting van maximaal 2 asbussen.

d) Een dubbel graf is bestemd voor het begraven van twee lijken met eventueel maximaal 2 asbussen. Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan de perso(o)n(en) aanwijzen, die na overlijden in een dubbelgraf mogen worden begraven dan wel wiens asbus mogen worden bijgezet. In een dubbel graf mogen twee lijken boven elkaar (niet naast elkaar) begraven worden.

e) Waar in de leden b, c en d van dit artikel gesproken wordt van begraving van een lijk kan dat vervangen worden door het plaatsen van 2 asbussen.

f) Een urnengraf is bestemd voor het begraven van twee asbussen, ter bepaling van de belanghebbende.

g) In een kindergraf mag het lijk begraven worden of een asbus worden geplaatst van een kind dat niet ouder was dan 12 jaar dan wel van een kind dat ouder was dan 12 jaar waarvan het bestuur op uitdrukkelijk verzoek schriftelijk begraving in een kindergraf heeft goedgekeurd.
artikel 11 - Bescheiden voor een begraving of plaatsing van een asbus
a) De voor een begraving in het algemeen (uitzonderingen daargelaten) noodzakelijke bescheiden, te weten het verlof tot begraven, het document met registratienummer, de aanvraag begraving en de eventuele toestemming van de rechthebbende of de belanghebbende, moeten voor de begrafenis aan de beheerder worden overgelegd.

b) Voor plaatsing van een asbus dient een document van het crematorium met daarop het registratienummer en gegevens van de overledene te worden overgelegd.
artikel 12 - De begraving
Een begraving geschiedt op dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen. Begravingen zijn niet toegestaan op zon- en feestdagen. De begraafplaats is niet toegankelijk voor de lijkwagen of de volgwagens. De beheerder kan uitsluitend voor invaliden gedurende de plechtigheid uitzondering toestaan.
artikel 13 - Plaatsing van een asbus
Een plaatsing van een asbus geschiedt op dag en uur met de beheerder overeen te komen. Plaatsingen van asbussen zijn niet toegestaan op zon- en feestdagen. De begraafplaats is niet toegankelijk voor de lijkwagen of de volgwagens. De beheerder kan uitsluitend voor invaliden gedurende de plechtigheid uitzondering toestaan.
artikel 14 - Graftekens en -beplantingen
a) Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of -beplantingen op particuliere graven te doen aanbrengen. Voor zover het betreft een grafplaats in een algemeen graf voor doodgeborenen kan voormelde vergunning door het bestuur ook aan een belanghebbende worden verleend. Indien niet uitdrukkelijk en schriftelijk bij de aanvraag voor de hiervoor bedoelde vergunning is aangegeven dat een ander dan de rechthebbende/belanghebbende eigenaar van de aan te brengen graftekens en/of –beplantingen is, wordt de rechthebbende/belanghebbende als eigenaar beschouwd. Dit geldt evenzeer voor graftekens en/of grafbeplantingen op graven die reeds aangebracht zijn vóór de inwerkingtreding van de onderhavige versie van het reglement. Indien een ander als eigenaar heeft te gelden, wordt vergunning slechts verleend als ook deze ander uitdrukkelijk en schriftelijk verklaart zich aan de reglementen en voorschriften te zullen houden. De graftekens en/of –beplantingen moeten voldoen aan de “Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen" behorende tot dit reglement en door het bestuur vastgesteld of later vast te stellen. Deze voorschriften worden op verzoek aan iedere betrokkene door de beheerder verstrekt. Voor het plaatsen van een grafteken op een eigen graf en voor het plaatsen van een grafkelder is een vergoeding verschuldigd volgens een tarief door het bestuur vastgesteld of later vast te stellen. Graftekens en/of -beplantingen die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn, door de beheerder op kosten van de rechthebbende c.q. belanghebbende worden verwijderd.

b) Het bestuur aanvaardt de graftekens en/of –beplantingen niet in beheer. De rechthebbende c.q. de belanghebbende is verantwoordelijk voor het goede onderhoud van de graftekens en/of –beplantingen op het betreffende graf, ook in geval die tekens rijksmonument of gemeentelijk monument zijn. Het bestuur is niet verantwoordelijk voor de voorwerpen, die zich op de graven bevinden. Schade aan de voorwerpen hoe dan ook veroorzaakt, alsmede vermissingen, worden niet door het bestuur vergoed en het bestuur sluit aansprakelijkheid voor die voorwerpen uit. Voor schade aan graven, graftekens en/of –beplantingen toegebracht door graftekens en/of –beplantingen van andere graven, is het bestuur evenmin aansprakelijk.

c) In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een graf waarop een uitsluitend recht berust, voor zover dit onderhoud ingevolge artikel 18 niet op de beheerder van de begraafplaats berust, kan deze verwaarlozing worden geconstateerd middels een schriftelijke verklaring van de beheerder van de begraafplaats, die hij toezendt aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is. Blijkt het adres onbekend, dan wordt de verklaring aangeplakt bij de ingang van de begraafplaats. Een mededeling daarvan wordt bij het graf aangebracht. De wettelijke regeling van artikel 28 en 84a Wlb is geheel van toepassing.

d) Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken in verband met een bijzetting, en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting, moet worden gegeven door de rechthebbende. Het bestuur heeft het recht graftekens en/of -beplanting tijdelijk weg te nemen of op het graf tijdelijk zand te laten deponeren, indien dit naar het oordeel van de beheerder nodig is. Verwelkte bloemen en -naar het oordeel van het bestuur- ontsierende voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

e) Binnen drie maanden na het eindigen van het uitsluitend grafrecht moeten grafteken en/of -beplanting door de rechthebbende van het graf zijn verwijderd. Na verloop van die drie maanden wordt de rechthebbende geacht afstand te hebben gedaan van zijn eigendomsrechten op grafteken en/of - beplanting en is het bestuur gerechtigd grafteken en/of -beplanting te doen verwijderen en te doen vernietigen. Overeenkomstig artikel 32 a Wlb gaat de eigendom van graftekens en/of –beplantingen door natrekking over naar de eigenaar van de grond vanaf het moment dat het desbetreffende graf geruimd mag worden.
artikel 15 - Toegestane voorwerpen en overig gebruik van urnenplaatsen in columbaria
a) Het bestuur kan uitsluitend aan belanghebbenden toestemming verlenen tot het plaatsen van voorwerpen in, op of bij een urnenplaats. De plaatsing is kosteloos. Deze voorwerpen dienen te voldoen aan de “Voorschriften voor het gebruik van urnenplaatsen in columbaria”, behorende bij dit reglement en door het bestuur vastgesteld of later vast te stellen. Deze voorschriften worden op verzoek aan iedere betrokkene door de beheerder verstrekt. Voorwerpen in strijd met de voorschriften geplaatst dienen op schriftelijke aanzegging van het bestuur te worden verwijderd. Bij nalatigheid tot verwijdering van voorwerpen worden deze op kosten van de belanghebbende door de beheerder verwijderd. Verwijderde voorwerpen worden door de beheerder gedurende een redelijke termijn bewaard en zijn tegen voldoening van de kosten van verwijdering en bewaring door belanghebbende terug te bekomen. Na verloop van de in de vorige volzin bedoelde redelijke termijn is het bestuur gerechtigd de voorwerpen te vernietigen zonder dat de belanghebbende aanspraak heeft op enige vergoeding.

b) De toegestane voorwerpen zijn eigendom van de belanghebbende. Het bestuur aanvaardt deze voorwerpen niet in beheer. De belanghebbende is verantwoordelijk voor het goede onderhoud van de voorwerpen in, op of bij de betreffende urnenplaats. Het bestuur is niet verantwoordelijk voor de voorwerpen, die zich in, op of bij de urnenplaats bevinden. Schade aan die voorwerpen hoe dan ook veroorzaakt, alsmede vermissingen, worden niet door het bestuur vergoed en het bestuur sluit aansprakelijkheid voor die voorwerpen uit. Voor schade aan graven, graftekens of urnenplaatsen toegebracht door voorwerpen in, op of bij urnenplaatsen, is het bestuur evenmin aansprakelijk.

c) Na het vervallen van het recht van gebruik van een urnenplaats conform artikel 9 dienen de toegestane voorwerpen tegelijk met de asbus(sen) te worden verwijderd. Artikel 9 lid b) is daarbij van overeenkomstige toepassing.
artikel 16 - Grafkelders
Grafkelders worden uitsluitend toegelaten op de akkers, als zodanig aangegeven door het bestuur (ex art. 3, sub b).
artikel 17 - Werkzaamheden op graven
a) Het delven en dichten van graven, het openen van een graf en het opdelven van stoffelijke resten mag uitsluitend geschieden door personeel van de begraafplaats, of, in opdracht van het bestuur, door derden.

b) Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbende zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of -beplantingen, de gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij zijn verplicht hierbij de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

c) Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen en diensten in de aula of kapel. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden als hiervoor onder b) vermeld in opdracht van rechthebbenden worden verricht, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.

d) Iedere dag dienen gereedschappen, materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzing van de beheerder.
artikel 18 - Onderhoud begraafplaats
Het bestuur zal zorgdragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Hiervoor zal aan rechthebbenden en belanghebbenden een algemene onderhoudsbijdrage in rekening worden gebracht (zie artikel 19). Tot dit onderhoud aan de begraafplaats behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting achter de graven, voor zover deze niet conform het bepaalde in artikel 14 door rechthebbenden zijn aangebracht.
artikel 19 - Tarieven
a) Rechthebbenden en belanghebbenden zijn verplicht aan het bestuur de grafhuur c.q. de vergoeding voor het gebruik van een urnenplaats in een van de columbaria te betalen. Voor graven dienen de rechthebbenden en voor urnenplaatsen in columbaria dienen belanghebbenden de algemene onderhoudsbijdrage te betalen. Voorts is men betaling voor verleende diensten verschuldigd.

b) Het bestuur stelt periodiek een lijst van tarieven voor de onder lid a van dit artikel bedoelde huur en vergoeding, respectievelijk de algemene onderhoudsbijdrage vast, alsmede voor de vergoeding van verleende diensten.
artikel 20 - Administratie
Het bestuur voert de administratie van de begraafplaats. Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december. In verband met de berekening van de in de tarieflijst vermelde suppletie geldt het volgende: grafrechten verleend in het eerste half jaar, worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Grafrechten verleend in het tweede half jaar, worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.
artikel 21 - Toegankelijkheid
Het bestuur bepaalt de tijden waarop de begraafplaats voor bezoekers toegankelijk is. De begraafplaats is voor auto's en overig gemotoriseerd verkeer gesloten. De beheerder kan voor invaliden uitzonderingen toestaan. Onder gemotoriseerd verkeer worden ook verstaan bromfietsen, snorfietsen, elektrische scooters en andere voertuigen of fietsen die met behulp van motorkracht worden voortbewogen. Fietsen op de begraafplaats is slechts toegestaan indien dit stapvoets geschiedt. Honden worden, mits aangelijnd, op de begraafplaats toegelaten. Bezoekers dienen luidruchtigheid te vermijden. Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken, moet tevoren schriftelijke toestemming zijn verkregen van het bestuur. De beheerder is krachtens de bevoegdheid van artikel 2 sub b), vijfde lid van dit reglement gerechtigd bezoekers aanwijzingen te geven waaraan dezen zich dienen te houden. De beheerder is bevoegd bezoekers die zich niet aan het reglement of aan de door de beheerder gegeven aanwijzingen houden, de toegang tot de begraafplaats te ontzeggen, zowel eenmalig als voor een bepaalde periode. De beheerder zal van een dergelijk toegangsverbod, als dit voor een bepaalde periode wordt gegeven, schriftelijk bericht aan de desbetreffende bezoeker geven dan wel (indien zijn adres bij de beheerder onbekend is) de bezoeker persoonlijk een dergelijk verbod meedelen.
artikel 22 - Het ruimen van graven
Het bestuur heeft het recht de graven, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met inachtneming van de wettelijke regels en de wettelijke termijn van grafrust.
artikel 23 - Sluiting begraafplaats
Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor begravingen, bijzettingen of plaatsing van asbussen in een urnenplaats in columbaria te sluiten.
artikel 24 - Bezwaar
a) Voor een recht- c.q. belanghebbende bestaat de mogelijkheid om schriftelijk bezwaar te maken tegen een besluit van het bestuur waarbij het belang van de recht- c.q. belanghebbende rechtstreeks is betrokken.

b) Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuur.

c) Het bezwaarschrift wordt ondertekend en bevat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht, alsmede de gronden van het bezwaar.

d) De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt 6 weken, aanvangende met ingang van de dag na die waarop het besluit aan de recht- c.q. belanghebbende bekend is gemaakt.

e) Het bestuur beslist zo spoedig mogelijk, zo nodig na de indiener te hebben gehoord of door een delegatie van het bestuur te hebben doen horen.
artikel 25 - Aansprakelijkheid en onvoorzien
a) De stichting is niet aansprakelijk voor schade, door bezoekers, rechthebbenden, belanghebbenden of andere derden geleden, door welke oorzaak deze schade ook ontstaan mag zijn, Evenmin is de stichting aansprakelijk voor schade veroorzaakt door bezoekers of al dan niet in opdracht van de stichting op de begraafplaats werkzame of aanwezige derden. Deze uitsluiting van aansprakelijkheid geldt niet indien de schade gevolg is van opzettelijk of hoogst roekeloos dan wel hoogst onvoorzichtig handelen of nalaten van het bestuur of de werknemers van de stichting.

b) In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
artikel 26 - Wijziging reglement
Het bestuur is bevoegd dit reglement te wijzigen.
artikel 27 - Vervallen eerdere reglementen
Met het inwerkingtreden van dit reglement vervallen alle vorige reglementen van de begraafplaats.

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 26 oktober 2010 met bepaling dat het reglement in werking treedt op diezelfde datum.
AANHANGSEL REGLEMENT - Vrije keuze en reserveren van graven
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 4 van het REGLEMENT VOOR DE BEGRAAFPLAATSEN "ORTHEN" EN "KETSHEUVEL" TE ’S-HERTOGENBOSCH is het mogelijk op bepaalde akkers of delen van akkers een locatie uit te kiezen of een reservering te doen. Deze mogelijkheid wordt in dit aanhangsel bij het Reglement geregeld. De voorwaarden van het Reglement en de Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplanting blijven voor het overige geheel van toepassing.

2. In het hiernavolgende worden de volgende begrippen gebruikt:
a. Rechthebbende: degene op wiens naam een grafrecht is uitgegeven of op wiens naam een reservering van een grafrecht is gesteld.
b. Aansluitend begraven: het uitgeven van een grafrecht dat aansluit op het laatst uitgegeven grafrecht in hetzelfde vak van dezelfde akker.
c. Vrije grafkeuze: het uitkiezen van een specifieke locatie waarop een grafrecht zal worden uitgegeven dan wel een specifieke locatie of specifiek vak waarop een reservering wordt gedaan.
d. Kosten van aanwijzing: de eenmalige kosten die verschuldigd zijn in het geval sprake is van vrije grafkeuze. Deze kosten worden jaarlijks door het bestuur vastgesteld. e. Reserveringskosten: de administratiekosten verschuldigd bij reservering of verlenging van een reservering. Deze kosten worden jaarlijks door het bestuur vastgesteld.
f. Tarief voor een grafrecht: het in de Tarievenlijst vastgestelde bedrag voor huur en onderhoud van het graf voor het desbetreffende soort graf.

3. Op daartoe door het bestuur aangewezen akkers en vakken bestaat de mogelijkheid van vrije grafkeuze. Zowel bij vrije grafkeuze ten behoeve van een begraving als ten behoeve van een reservering wordt een bedrag in rekening gebracht wegens kosten van aanwijzing. Indien het gaat om reservering van een graf of verlenging van een reservering, worden tevens in rekening gebracht de reserveringskosten. De kosten van aanwijzing en de reserveringskosten worden jaarlijks door het bestuur vastgesteld en is voor alle graven gelijk.

4. Reservering van een graf in een vak waarvoor door het bestuur is vastgesteld dat aldaar slechts aansluitend wordt begraven, houdt in dat in dat vak een graf voor de rechthebbende zal worden vrijgehouden, zodat aldaar slechts sprake is van een specifiek vak waarvoor deze reservering geldt. 5. Een reservering geldt naar keuze van de rechthebbende voor een termijn van 5, 10, 20, 30 of 40 jaar. Bij uitgifte van een 1e grafrecht binnen die termijn zal de duur van het grafrecht 20, 30 of 40 jaar zijn, te rekenen vanaf die uitgifte van het 1e grafrecht.

6. Bij reserveren wordt (naast de kosten van aanwijzing en de reserveringskosten) een bedrag in rekening gebracht, gelijk aan het tarief voor een grafrecht van 5, 10 of 20 jaar voor het desbetreffende graf.

7. Het in rekening gebrachte tarief voor huur van het grafrecht (dat is dus zonder de kosten van aanwijzing, zonder de reserveringskosten en zonder de in het grafrecht begrepen onderhoudsbijdrage) zal worden verrekend met het verschuldigde tarief voor uitgifte van een 1e grafrecht ten tijde van die uitgifte. Indien en voor zover het te verrekenen bedrag het verschuldigde tarief ten tijde van uitgifte van een 1e grafrecht overstijgt, vindt geen restitutie plaats van dit meerdere.